Het schooltje in Panglang

Twee jaar na ons eerste bezoek aan Nepal hadden we geld bij dat we met een paar benefietacties in Herentals en omstreken hadden opgehaald. Samen met enkele Nepalese motorliefhebbers van The Himalayan Enfielders spraken we een strijdplan af:

  • We zouden meer klasjes en sanitair bij de Panglang school bouwen.
  • We wilden elk jaar een ‘medische kamp’ bij de school organiseren, waarbij we dokters en verplegend personeel vanuit de Nepalese hoofdstad Kathmandoe zouden laten overkomen om er de leerlingen van de Panglang-school te screenen op ziektes en te behandelen indien nodig. Eventueel ernstige gevallen zouden we naar een ziekenhuis in Katmandoe laten overbrengen, want in de bergregio rondom Panglang was er geen enkele medische voorziening. Kinderen en bewoners van Panglang leden door de bittere armoede vaak aan schurft en ander huidkwalen, en ook aan tbc. De voorwaarde voor behandeling voor de leerlingen was: naar school komen.
  • We zouden in een eerste fase schooluniformen, schriften, schrijfgerief en schoolboeken doneren aan de leerlingen en een bord voor de meester op te schrijven.
  • We zouden een extra leerkracht betalen.
  • Met deze inspanningen hoopten we niet alleen meer leerlingen aan te trekken, maar onder hen ook veel meer meisjes, want die waren er nu nauwelijks in de school van Panglang: meisjes werden geacht te werken op het veld. Op die manier leerden ze nooit lezen en schrijven, laat staan een beetje Engels en werd hun maatschappelijke rol traditioneel beperkt tot huishoudelijke klussen en kinderen baren.

Het project slaagde. Na een paar jaar was het leerlingenaantal in Panglang verdrievoudigd tot 120 kinderen, waarvan de helft meisjes, iedereen netjes in uniform en met schooltassen, deftige schoenen en een fleece voor de winter. Kinderen kwamen zelfs van de overkant van de vallei. Soms moesten ze twee uur stappen voor ze bij de school aankwamen, en in de namiddag weer twee uur terug naar hun dorp. Maar ze kwamen. Omdat de overheid geen leerkrachten betaalde in de school van Panglang, betaalden wij er eentje en de Australiër die de brug over de Bhoti Kosi had aangelegd en The Last Resort uitbaatte elk één.

Over de jaren werden, met de financiële inbreng van zo’n 2.500 tot 3.000 euro per jaar een paar klaslokalen op de site bijgebouwd, er kwam sanitair met stromend water (vanuit de bergen) en we financierden de aanleg van een speeltuin met een paar speeltoestellen, aan de rand van de vreeswekkende kloof. Het jaarlijkse medische kamp verzorgde op de duur de bevolking van half de vallei. Een meisje met een ernstige vorm van tbc konden we drie maanden hospitaliseren in Kathamandoe, samen met haar familie, zodat ze volledig herstelde.

Het werkte en ons engagement liep door tot mei 2015.